Is sociaal leren te leren?

Ik doe mee met een ‘blogkermis’ rondom sociaal leren. Alleen dat woord al is om blij van te worden. Als kind had ik een speciale kermisjurk en als het kermis was in het dorp kwam de hele familie vlaai eten en biertjes drinken. Ik kreeg kermisgeld van mijn vader en met een beetje geluk ook van ooms en tantes. En daar ging je dan, vol keuzestress: touwtje trekken, botsauto’s, schommels of de grijpautomaten? Kaneelstok of suikerspin?

En daar zit ik nu te schrijven aan dit kermisblog. Fijn café dat meer klandizie verdient (Coffee Industry in Hengelo), heerlijke latte, prachtige houten tafel, mooie muziek en een paar uur de tijd. Ik heb er zin in. En koos voor de vraag: is sociaal leren te leren?

Hoe leer ik zelf? Dit blog heet niet voor niks: leren ligt voor je voeten. Ik maakte er een prachtig staaltje van mee afgelopen maandag. Ik kamp al ruim twee weken met verstopte holtes en ga dat te lijf met stomen en zout spoelen. Wel drie keer per dag, heel ijverig. Maar er trad geen verbetering op. Niks. Dus naar mijn huisarts voor raad. Zij wees me erop dat al dat ijverige stomen en spoelen waarschijnlijk averechts was gaan werken: het zette de slijmvliezen extra aan het werk voor nog meer snotproductie. Mijn ijverige en toegewijde pogingen om grip te krijgen op mijn herstel, hadden zich dus tegen mij gekeerd. Ik stopte ermee, verzoende mij met het ongemak en ja hoor: sindsdien gaat het beter. Dit soort leerervaringen deel ik altijd met wie het maar wil horen. Maar sociaal leren is dat niet. Nee, het is uiterst individueel. Ik moest er ook wel om lachen en vind het tegelijkertijd interessant om parallellen te zoeken met ons thema: is sociaal leren te leren? Hoe ijverig kunnen we dat stimuleren? En helpt dat dan? Of moeten we ook hierbij vooral daadkrachtig op onze handen zitten?

Tussendoortje: mijn definitie van sociaal leren

Sociaal leren is als je het lef hebt om ‘help’ te zeggen als je zelf nog geen antwoord weet. Zo kun je samen met anderen tot verrassende wendingen, slimme toepassingen, nieuwe richtingen of andere duiding komen. Of je dat face tot face doet of online is niet zo belangrijk. De een ervaart online als drempel, de ander durft dankzij #dtv eindelijk te vragen. De een durft het alleen als hij de ander kent en vertrouwt, de ander heeft juist anonimiteit nodig. Terug naar mijn vraag: is sociaal leren te leren?

Een voorbeeld: Digitaal Plein 14

Ik werk op dit moment voor Samen14, de 14 Twentse gemeenten die samen de veranderingen in de zorg oppakken. Per 1 januari 2015 is veel zorg overgeheveld naar gemeenten, de transitie. Dat is gelukt, zorgaanbieders hebben contracten en de meeste inwoners weten waar ze nu moeten zijn voor zorg en ondersteuning. Lastiger is het proces van transformatie. Dat gaat om verandering van denken, om innoveren, om slimme nieuwe samenwerkingen. Bijvoorbeeld dat er op scholen meer preventieve zorg komt zodat de kinderen later niet naar zware jeugdzorgtrajecten hoeven. Innovaties waarbij vele processen, geldstromen, goede intenties en belangen komen kijken. Dat proces geven wij vorm door het organiseren van bijeenkomsten én door een Digitaal Plein14. De doelen:

  • vindplaats van informatie en van mensen,
  • ontmoetingsplaats van mensen die warm lopen voor transformatie,
  • werkplaats waar de dialoog en dynamiek plaats heeft,
  • broedplaats van creativiteit en innovatie.

Ontzettend goed doordacht allemaal. Het Plein is ingericht rondom 12 thema’s die ook op de bijeenkomsten terugkomen. Thema’s die de cliënt als vertrekpunt hebben want nergens zijn professionals zo betrokken bij hun doelgroep als in de zorg. Maar: het Digitale Plein loopt van geen meter. We verwijzen er regelmatig naar in communicatie uitingen, op de bijeenkomsten richten we een inlog helpdesk in en we voegden een thema toe waarvan we wisten dat dat traffic zou genereren. Ik troost me met de gedachte dat zulke processen jaren kosten, want het is nogal wat om voor het oog van collega’s, soms concurrenten na te denken over verbeteringen. Het is nogal wat om digitaal professionele ervaringen te delen. Maar wat kunnen we nu nog meer doen? Moeten we wel meer doen? Of moeten we inderdaad daadkrachtig op onze handen gaan zitten?

Ander voorbeeld: kennisdelen in het onderwijs

Ik neem twee keer per jaar mondelinge examens af in de CommunicatieC opleiding bij SRM. Zo kom ik soms geweldige cases tegen. Een kandidaat had als opdracht in haar werk om het delen van kennis door docenten te bevorderen en stimuleren. Zij koos een geniale en o zo simpele aanpak. Allereerst maakt ze er een business case van: hoeveel tijd- en geldbesparing is ermee gemoeid. Indrukwekkende cijfers die ze gedegen had onderbouwd. Ook onderzocht ze wat mensen tegenhoudt: ‘geen tijd voor’ en ‘ik weet niet hoe ik dat moet aanpakken’ scoorden hoog. En zo ging ze aan de slag met het begeleiden van teams docenten, met instructies geven, met het publiceren van successen en vooral ook met het meenemen van de managers hierin. De teams docenten kozen zelf hoe ze de kennisdeling wilden doen, sommige groepen via LinkedIn, anderen kozen Facebook anderen weer een ander platform. Haar belangrijkste doel was dat de docenten zin in kennisdelen kregen, dat ze zonder drempels konden ervaren wat dat oplevert en dat het management dat leerproces ging omarmen. Haar primaire doel was dus niet het introduceren en implementeren van een slim sociaal intranet. Kijk!

Is sociaal leren te leren?

En daarmee kom ik op mijn favoriete communicatie adviseurs stokpaardjes: definieer en expliciteer je doelen én onderzoek en volg wat je spelers bezig houdt en gebruik dat als je vertrekpunt. Beide deed onze kandidaat (die met een 9 slaagde voor dit examen!) heel goed. In mijn eigen case (iets met ‘you teach best what you ought tot learn most’) hebben we die beide stappen te snel gemaakt. We hadden ons proces en ons plein centraal gesteld.Al schrijvend en al reflecterend op deze cases kom ik tot een aantal succesfactoren* voor sociaal leren:

  1. Onderzoek wat je mensen tegenhoudt of kan motiveren. Toen de docenten van mijn kandidaat kregen voorgerekend hoeveel tijd het kan opleveren als je toetsen met elkaar uitwisselt, werd het wel heel interessant. Toen we hoorden dat het inloggen zo ingewikkeld was en een fysieke help-desk hadden ingericht, kwamen er meer mensen op het digitale plein.
  2. Neem het ongemak dat mensen ervaren serieus: het voelt kwetsbaar om een hulp vraag te stellen. Onderzoek of dat met generatie te maken heeft of met andere factoren, concurrentie bijvoorbeeld. Ik vind het zelf nog steeds heel eng om iets dat ik zelf nog niet heb opgelost aan iemand anders voor te leggen. Dat is diepgeworteld. Wat mij dan helpt is heel klein beginnen, met veilige onderwerpen in beslotenheid en zo ervaren dat niemand je als een looser ziet als je dat doet. Accepteer ook dat het bij sommige mensen nooit zal lukken om die reden. Ook niet iedereen durft in de botsauto’s op de kermis!
  3. Zoek de positieve ontwikkelingen, de lichtpuntjes en zet die in de etalage. Als weerstand bijvoorbeeld een link met generatie bleek te hebben, gebruik dan ook rolmodellen van die generatie. Etaleer dan het proces en niet het resultaat. Gebruik dus de growth mindset (zie vorige blog, Carole Dweck) hierbij!
  4. Zet het leren centraal en niet de manier waarop, jouw platform. Maak je doelen specifiek.
  5. En als het proces eenmaal op gang is, maak dan oude gewoontes onmogelijk. . Reacties per mail worden niet meer gelezen, informatie alleen nog maar via deelplatform leveren.

Het antwoord op de vraag is dus: ja, sociaal leren is te leren. En het kan een vrolijke bonte kermis met spanning, valpartijen, suikerspinnen en mooie vergezichten worden.

*Deze succesfactoren lijken veel op de tips die de Heathbrothers geven in hun boek Switch. Aanrader! Hier zijn hun tips (how to make a switch) te vinden.

 

 

 

Standaard

Bruce, zuster Marie en ik

Zoals elk jaar krijg ik rond de jaarwisseling behoefte aan overdenking, terugblik en vooruitblik. Dit jaar aan de hand van kleine pareltjes van afgelopen tijd. De samenvatting trof ik vanochtend in een facebook bericht van De Baak: ‘Never stop learning, because life never stops teaching’.

He lifts me up

‘Bruce en ik’, zo heet het boek met 29 odes aan Bruce Springsteen dat ik kreeg voor sinterklaas. Wat ik vooral bijzonder vind is hoe mensen volledig gepassioneerd kunnen zijn door een artiest en daar vol kwetsbaarheid over durven schrijven. Bram van Splunteren: “In Rotterdam bezóng hij de jongen die afgewezen wordt door het meisje van zijn dromen. Dertig jaar geleden in Amsterdam wás hij de afgewezen liefde zelf.” Van beide concerten kon hij genieten en de mate waarin zegt net zoveel over Bruce als over Bram. Nog een prachtig verhaal. Een vrachtwagenchauffeur in een documentaire uit 2013: “Als ik in mijn cabine naar Bruce luister, dan voel ik dat ik óók belangrijk werk doe. He lifts me up.” Ik bezocht zelf in 2013 een concert in Nijmegen. De foto boven dit blog is daar gemaakt. Nu ik een heel boek vol heb gelezen over zijn positiviteit, power, hoop, aandacht voor ‘gewone’ mensen; nu vind ik dat die foto er ook wel mag blijven staan. Bruce Springsteen is iemand die met lichtheid en hoop zware onderwerpen bezingt aan de hand van verhalen van gewone mensen. Diepzinnig zonder vaagheid. Daar wil ik in mijn vak graag van leren.

Nooit dom

In oktober bezocht ik ‘zuster Marie’. Ze was 93 en woonde in hetzelfde kloosterbejaardenoord als waar mijn moeder heeft gewoond en is overleden. Ze waren vriendinnen, bezochten samen ‘de kweek’, de kostschool die hen opleidde tot juf en genoten in die tijd van het vergaren van kennis. Vooral literatuur was populair. Tot op hoge leeftijd waren er reünies met ook de andere vriendinnen: bijna allemaal na de kostschool ingetreden als non. Zuster Marie antwoordde al jaren geleden op mijn vraag waarom ze non was geworden: “Ik kon ervoor kiezen om één man gelukkig te maken of om vele mensen die het hard nodig hebben te helpen. Ik koos voor het laatste.” Mijn moeder werd inderdaad juf, maar kreeg op de dag van het trouwen haar ontslagbrief. Zo ging dat vroeger. Zuster Marie vertelde me afgelopen oktober hoe ze dacht over mijn moeder: “Ze was een ontzettend knappe kop. Maar ze liet zich daar niet op voorstaan. Ze wachtte rustig af tot iemand met vragen kwam. Nooit voelde iemand zich dom in haar aanwezigheid.” Het was alsof ik in een notendop mijn eigen visie op leren en coachen kreeg voorgeschoteld. De wijsheid is er meestal al, ik help met het duiden van de inzichten. Ruim een maand na mijn bezoek is Zuster Marie in haar slaap overleden. Ik ben haar dankbaar voor de ontroerende inzichten die ze me nog gaf.

Dagelijkse dieptes

Mijn hoogtepunt van 2015 was een verblijf van bijna 7 weken op een afgelegen plek in Zweden. Vooral de eerste twee weken, toen was ik helemaal alleen. Geen auto, de dichtstbijzijnde winkel op 16 km afstand, maar een fantastisch huis met op 5 minuten lopen een meer en een aardige 82 jarige buurman die me een lift naar de winkel gaf. Ik ontdekte hoezeer ik kan genieten van zo’n mini retraite. Hoe heerlijk het is om elke dag, ook bij regen en kou in een Zweeds meer te zwemmen; hoe je hart stilstaat als je in je eentje oog in oog staat met een eland; hoe makkelijk het is om lekker te eten met minimale ingrediënten; hoe heerlijk het is om die tai chi oefeningen elke dag in de open lucht te doen; hoe hard kraanvogels kunnen roepen ’s nachts; hoe inspirerend het is om jezelf allerlei schrijfoefeningen te geven en zo te ontdekken dat je al schrijvend dieper in je gevoel of inzicht komt. Nu broed ik op een manier om dat retraite gevoel naar mijn dagelijkse routines te brengen. Reflectie hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Dat is er dagelijks, als je maar goed kijkt en voelt. Natuurlijk broed ik ook op een plan om terug te gaan naar die plek in Zweden…

Te zijn wie je echt wilt zijn

Ik wens iedereen een goed, gedurfd en gezond 2016. Ik vind de uitspraak van Dolf Janssen in het boek over Bruce daar een mooie leidraad voor: “Tijdens een mooie uitgesponnen versie van Darkness on the edge of town realiseerde me dat alles wat je wilt – wensen, dromen, verlangens – er eigenlijk al is, en dat je alleen de durf moet hebben jezelf recht in de ogen te kijken, eerlijk te zijn tegen en over jezelf, en dan te leven zoals je echt wilt leven, te zijn wie je echt wilt zijn.” 

Standaard

Daadkrachtig op je handen zitten

Ik lees vaak meerdere boeken tegelijk. Elke stemming, elke plek, elke treinreis is voor een ander soort boek. Ogenschijnlijk hebben ze vaak niet veel met elkaar te maken. Maar dat is maar schijn. En nu vanochtend zie ik ineens verbanden die me hopelijk niet meer loslaten. En dan komt er via een Facebook contact ook nog eens een filmpje voorbij dat erbij blijkt te horen…

Gisteravond las ik het nieuwste boek uit van Brené Brown, ‘Sterker dan ooit’. Zij is bekend geworden van haar boeken over kwetsbaarheid en imperfectie. Met wijze lessen over het loslaten van perfectionisme en zekerheid en het omarmen van de kracht van kwetsbaarheid. Citaat: “Het vereist moedig leiderschap om werk weer menselijk te maken. Eerlijke gesprekken over kwetsbaarheid en schaamte zijn ontwrichtend; ze laten licht op duistere hoekjes schijnen. Maar zodra we de woorden, het besef en het inzicht hebben, kunnen we bijna niet meer terug en dat heeft grote gevolgen”.  Stel je eens voor dat de burgemeester in gesprek met buurtbewoners zegt dat hij het ook best spannend vindt dat zijn dochtertje langs het nieuwe AZC moet fietsen. Dat hij zich eigenlijk schaamt voor die angst, want dat kan niet in zijn positie en zijn rol. Zijn reputatie als hoeder van de stad kan stevig lijden onder zo’n uitspraak. Maar stel je eens voor dat dit de opmaat is naar een mooi gesprek over angst, over ouderschap, over oorlog en over medemenselijkheid. En stel je eens voor dat de burgemeester als ouder samen meezoekt naar een manier om die angst te beteugelen. Over zulke grote gevolgen gaat het in het boek. In het nieuwste boek besteedt Brené Brown veel aandacht aan de noodzaak om je eigen verhalen onder ogen te zien op het moment dat je er middenin  zit. Hoe vaak bedenk je niet complotten en verzinsels op basis van beperkte informatie, van aannames. En hoe vaak ga je er pas over praten of over communiceren als het probleem al is opgelost? Brené zegt dat als organisaties hun eigen verhalen onder ogen zien en de verantwoordelijkheid voor hun daden nemen, zij ook zelf de nieuwe eindes schrijven. Als we de verhalen ontkennen maken anderen hun eigen versie van het einde. Hoe herkenbaar voor een communicatieadviseur! Stereotypen voeden angst en discriminatie. Als we het lef hebben om onze primaire gedachten te delen en stereotypen te ontrafelen, zijn we op weg naar ‘Sterker dan ooit’ in haar ogen. Daarvoor is veel nieuwsgierigheid, openheid en stoeien met vooringenomen aannames nodig. Hoe mooi zou het zijn als we dat met elkaar kunnen zouden kunnen in dit vluchtelingen debat! Het boek van Brené Brown gaat over mensen en hun/onze persoonlijke ontwikkeling, maar voor mij gaat het ook over het communicatievak, over de vaak te snelle reflex van het formuleren van een goede kernboodschap zonder de verborgen betekenissen van het echte verhaal te delen.

Vanochtend las ik ‘Werken aan de wakkere stad’ van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren uit. Waauw, wat een boek! Ik stel voor dat het verplicht onder de kerstboom komt van wethouders, raadsleden, beleidsadviseurs, projectleiders, communicatieadviseurs et cetera. De schrijvers analyseren de veranderingen in overheidsland, met name de decentralisatie van de zorg. Zij rafelen de verhoudingen uiteen waarin we bij de overheid met elkaar werken. Ze leggen pijnlijk feilloos de vinger op de worsteling van veel bestuurders: enerzijds graag de stad een stem willen geven, anderzijds bang om te worden afgerekend op fouten. Enerzijds de mensen uitnodigen om na te denken over het oplossen van problemen, anderzijds graag samen willen denken over de toekomst van de stad. Lastige en herkenbare dilemma’s. Hun belangrijkste aanbeveling: we moeten leren daadkrachtig op onze handen te zitten. Ofwel leren liefdevol verwaarlozen. Dat is iets anders als afzijdigheid, als loslaten. Maar nieuwsgierig zijn naar de verhalen en waar nodig ondersteunen of juist niet. Ik hoorde bijna Brené Brown praten bij deze passages. Het laatste hoofdstuk is een groot pleidooi voor het op gang brengen van leerprocessen. ‘Leren leren is de enige manier om actief mee te doen met de transformatie waarin we ons nu bevinden’. Dat leren ligt voor ons aller voeten. De kunst is om op de juiste plek te gaan staan.

Ik doe het boek enorm tekort met deze korte impressie. Het lezen was een feest van herkenning en het daagt me uit om mee verder te gaan. Bijvoorbeeld over de vraag wat communicatieadviseurs moeten doen in deze Gemeente 4.0? Hoe verandert ons vak verder? Hoe kunnen wij het proces van ‘daadkrachtig op onze handen zitten’ ondersteunen? In elk geval door zelf verder te leren en mensen om ons heen te laten leren. En dat brengt me op de derde inspiratiebron: een filmpje van Carol Dweck. Zij schreef een boek over de ‘Growth Mindset’. Hoe moet je reageren naar kinderen, maar ook naar collega’s om meer leren op gang te brengen? Door hen te complimenteren om de actie, het proces, de inspanning. In plaats van: je bent een slimmerik, een held. Lijkt simpel. Carol deed er onderzoek naar de effecten. Neem even 9 minuten en pas het morgen toe!

Standaard

Samen leren

Vlak voor de vakantie rondde ik de leergang: ‘De Twentse Communicatieprofessional Anno NU’ af. Samen met Erik Reijnders verzorgde ik deze leergang voor de Twentse School: een samenwerkingsverband van gemeenten, waterschap en regio waarin zij hun opleidingsaanbod bundelen. Deelnemers waren communicatie adviseurs van diverse Twentse gemeenten. 

Ik was blij verrast door de feedback die we meedere malen gedurende de leergang kregen: wat is het toch fijn om  te leren samen met je vakgenoten van de buren. Dit SAMEN leren vond men eigenlijk nog waardevoller dan WAT het inhoudelijk aanbod van de leergang was. Dit werd in de eindevaluatie nog eens bevestigd. Hierin scoorde de intervisiebijeenkomst die na instructie verder zonder onze begeleiding werd gehouden heel hoog. ‘Fijn om cases met elkaar te delen, zo kom je tot nieuwe inzichten’. 

Deze ervaring sterkte mij in mijn visie op leren (zie eerdere blogs), namelijk dat leren voor je voeten ligt. Je hoeft het alleen maar te organiseren. En daarin zit naar mijn idee een succesfactor voor initiatieven als de Twentse School. Natuurlijk moeten er opleidingen met verse kennis in het aanbod. Maar waarom niet af en toe een intervisie-café? Of vakgerichte leerplein bijeenkomsten? En dat ondersteunen met een digitaal leerplatform? De Onderzoeksraad voor de Veiligheid, die niet bekend staat als specialist op het gebied van leren, zei in haar rapportage over het monstertruck drama in Haaksbergen: “Je moet er in ieder geval voor zorgen dat ambtenaren toegang tot elkaars kennis en expertise hebben en dat met elkaar willen delen.” Deze uitspraak onderstreept naar mijn idee het ook grotere belang van samen leren. Dat is meer dan alleen maar gewoon leuk. 

De groep van de leergang gaat in elk geval verder. Ze hebben nieuwe intervisie afspraken gemaakt en gaan elkaar via Yammer of LinkedIn ook vinden. 

https://www.internearbeidsmarkttwente.nl/twentse-school

Standaard

Zoek de ‘learnnuggets’

Zojuist heb ik deelgenomen aan een webinar. Jane Bozarth, auteur van het geweldige boek: Show Your Work deelde met ons haar ervaringen, ze beantwoordde vragen, stelde ons vragen en dat alles met een enorme hoeveelheid power, enthousiasme en onderbouwing. Jane is e-learning coordinator bij een grote overheids organisatie in Amerika. Face to face en via vele digitale tools deelt zij kennis, oplossingen, nog-niet oplossingen; stelt ze vragen en komt zij in contact met mensen die datzelfde doen. Zo helpen zij elkaar verder en brengen samen vernieuwing op gang. De uitnodiging: Showing your work, also known as narrating work or working out loud, can solve many problems for organizations, from capturing tacit knowledge to easing transitions when workers depart, to further enabling informal and social learning. This comes not from documenting steps in a process, but by telling what we’re doing, watching others do things, and showing others how we did something.

Ik ben er nog een beetje beduusd van. Het is ook bere vermoeiend, snel Amerikaans, een chat waar we vragen stelden en op elkaar reageerden en ook nog wat slides om te zien. Multitasking dus. Maar o wat is dit super inspirerend. En o wat ook weer voor de hand liggend. En o wat is het moeilijk om mensen te verleiden tot het delen van kennis en ervaring. Inclusief mezelf… Neem nou mezelf. Ik ben twee weken geleden begonnen met het geven van mijn eerste ‘blended cursus’. Die heb ik vorig jaar ontworpen toen ik de leergang volgde van Ennuonline. Nu sta ik er alleen voor en ik leer me te pletter. Bijvoorbeeld hoe leuk ik het vind dat mijn positie als docent verandert. Ik word meer manager van een leerproces dan de alwetende die kennis toevoegt. Vragen heb ik ook. Bijvoorbeeld hoe ik de interactie tussen de deelnemers op het online platform (Wiggio) kan bevorderen. Mijn leerproces nu en mijn toekomstige blended cursussen worden veel krachtiger als ik mijn werk in deze cursus nu ga delen. En anderen kunnen daar ook weer wat aan hebben. MAAR DAT DOE IK NIET! (tot vandaag, haha).

Over dit vraagstuk: wat belemmert mensen om te delen en wat stimuleert om het te doen; daar ging een groot deel van ons gesprek in het webinar over.  Voor mezelf sprekend: mij belemmert dat het tijd kost; dat ik nu in korte tijd moet leveren; dat mijn cursisten dan ook kunnen zien dat ik worstel en hen gebruik als leermateriaal; dat mijn opdrachtgever mij misschien wel als amateur beoordeelt………; dat ik wil bewijzen dat ik ‘het’ zelf kan…. (oei oei oei) Wat stimuleert mij? Zo’n webinar, omdat Working Out Loud ook gaat over delen in besloten groepen (fijn! groepje formeren dus); het inzicht dat een ander ook wat kan hebben aan de manier waarop ik Wiggio heb ingericht; en mijn verlangen om er steeds beter in te worden en dat fouten maken mag. Hoe vaak kun je dat tegen jezelf zeggen?

Zulke belemmeringen ervaren mensen in organisaties die iets met Yammer gaan doen of die een fantastisch sociaal intranet tot hun beschikking hebben dus ook. En zo ging ons gesprek van vanavond over vragen stellen, over het leren delen van HOE je iets hebt gedaan en over het zoeken van de plekken waar mensen worstelen en dus iets aan elkaar kunnen hebben. Ik geloof heilig in samen leren en predik het nut van faalplezier. Maar doen, dat is de clou! Janes gouden tip van vanavond was voor mij: search the learnnuggets. De juweeltjes waar het vliegwiel kan beginnen! Ook bij jezelf.

Standaard

Kevin gaat het ver schoppen

Een tijdje geleden ben ik in mijn gezicht gespuugd door een jongetje van een jaar of 12. Ik noem hem Kevin. Ik krijg reacties uit mijn omgeving in de sfeer van: heb je hem uitgescholden? ben je erachteraan gegaan? Ik zie dat anders, want ik denk dat Kevin het ver gaat schoppen. Al blijft het een bizarre ervaring om in de deuropening van de natuurwinkel in Hengelo in je gezicht gespuugd te worden. Wat gebeurde er?

Ik liep in de regen met wat haast naar de winkel om vlak voor sluitingstijd nog even mijn bestelde broden op te halen. Op de brede stoep fietsten drie jongetjes breed en luid. Met moeite kon ik erlangs en toen ik voorbij was gingen ze mij actief de weg versperren. Ik was bozig en geïrriteerd en zei dat ze op de weg hoorden te fietsen. Ik kreeg wat behoorlijk beledigende verwensingen naar mijn hoofd maar liep snel door, want bijna zes uur. Toen ik in de winkel een kilootje appels op de weegschaal legde, ging de automatische deur open en daar stond Kevin, als een soort wethouder Hekking voor zijn twee kornuiten. “Mevrouw”, riep hij, “sorry van zojuist hoor”. Ik was volledig verrast, had weer hoop in de mensheid, was zelfs een beetje ontroerd en (FOUT) mijn drang tot opvoeden welde in me op. Ik liep naar de deur, bedankte hem en zei dat het ook niet zo netjes was wat ze deden en riepen. Toen startte het volgende bedrijf. Hij strekte zijn hand uit: “Wilt u ook wat popcorn?”. Daar had ik geen behoefte aan. De lichaamstaal van de kornuiten verraadde dat de climax nabij was. Kevin gooide mij de popcorn in het gezicht en bezegelde dat met een ferme dot spuug. Ze vlogen met zijn drieën weg op de fiets. En ik, ik was niet boos, maar moest vooral erg lachen om de manier waarop hij me had verleid.

Waarom denk ik nou dat Kevin het ver gaat schoppen? Hij vond precies de juiste manier om met mij in contact te treden. Hij kwam terug op de recente gebeurtenis, bedacht wat mijn gevoelens daarover zouden zijn en speelde daar perfect op in door ‘sorry’ te zeggen. En zo maakte hij de weg vrij voor zijn stoere jongens actie. Het nieuwe belletje trekken.

Deze les is de basis in communicatie. Verdiep je in de ander, in gevoelens, meningen, gewoontes en begin met contact maken op basis daarvan. Dit geldt op micro niveau zoals Kevin deed, maar in het communicatievak ook op corporate niveau. De buitenwereld binnenhalen doen we via webcare en media-analyse. Maar het kan ook nog anders, de old school methode. Ik hoorde gisteren een verhaal over een ambtenaar die projectleider werd van een grote klus in een bepaalde wijk. Zij kocht grote fietstassen en ging voortaan haar boodschappen doen in de super van die wijk. Een uiterst effectieve methode van buitenwereld binnenhalen. Communicatieafdelingen die ‘de organisatie communicatiever willen maken’ geeft ik in overweging om fietstassen te gaan uitdelen in plaats van praatsessies houden.

En ik hoop dat Kevin later zo’n projectleider wordt.

Standaard

2014 in 10 lessen

Elk jaar weer overval ik mezelf op 31 december met een enorme behoefte aan terugblikken, de balans opmaken en voornemens voor het nieuwe jaar bedenken. Ik waarschuw mijn omgeving: blijf uit de buurt, ik ben er even niet, morgen is het weer over. Dan trek ik me stilletjes terug met mijn Moleskine. Dit jaar is de behoefte hetzelfde, maar de uitingsvorm geheel in de lijn van een van de voornemens die ik voor 2014 had: delen. Lees hier mijn 2014 in 10 lessen.

1. Liefde voor leren. Mijn laatste opdracht van 2013 was een inspiratieochtend geven over werkleren. De liefde voor leren die ik daar in stopte is heel 2014 er gedoseerd eruit gekomen. Ik hoop dat dat nog vele jaren doorgaat. Een mooie ontdekking was ook dat deze liefde mij genetisch is meegegeven. Vlak na de oorlog richtte mijn vader een MULO op in Panningen. Om leerlingen te werven ging hij op zijn fiets alle boeren in de omgeving af en hij bezwoer hen dat niet alleen de zonen welkom waren: ook de dochters moesten kunnen leren. Geen marketing truc, maar zijn oprechte liefde voor leren zat daarachter.

2. Digitaal en social is top, maar… Heel mijn 2014 stond in het teken van de leergang ‘Leren en Veranderen met sociale media’. Lees daarover meer in de eerdere blogs. Ik heb genoten! Ik gebruik nu Survey Monky; TikiToki; Wunderlist; Evernote; Padlet en ik heb zin in meer. De kansen van sociale intranetten verder onderzoeken bijvoorbeeld. MAAR wat ik er ook bij heb geleerd is dat online voor mij pas echt waarde toevoegt als het slim is gecombineerd met face2face contact. En wellicht ben ik daar niet uniek in.

3. Visie stuurt en geeft energie. In 2014 heb ik de cursus Interne Communicatie die ik geef bij CCJ-HU opnieuw ontworpen naar een blended cursus: met slimme combinaties van on- en offline leren. Ik begon met mijn eigen visie op leren te formuleren. Heerlijk om zo de diepte in te gaan en nog mooier om te merken dat een goede visie stuurt bij alle keuzes die daarop volgen.

4. Het communicatievak wordt steeds leuker. Dat ons vak gaat over ‘al het gecommuniceerd van anderen’ (quote Betteke van Ruler) maakt dat we ons steeds meer terecht gaan bemoeien met alles wat er in een organisatie gebeurt. Daarmee gaat ons vak over beweging en over voortdurend samen met anderen leren in het dagelijkse werk. En dat is ook loslaten van ego gedrag door communicatieprofessionals. Dat past ons vak wel! Mij zeker.

5. Een Broodfonds verrijkt jezelf ook als je gezond bent. Dit jaar heb ik samen met anderen BroodfondsHengelo opgericht. Ik was geraakt door het concept en toen we de groep eenmaal bij elkaar hadden was ik geraakt door de manier waarop dit jezelf verrijkt. Ik kom normaal geen mensen tegen die frames bouwen voor motoren; die diepzeeduiken als hobby hebben; die een fourniturenzaak of een schoonmaakbedrijf runnen. Nu wel. En het ondernemen verbindt ons.

6. Generatie Gamma = ZZP? Deze les is nog erg groen. Ik wil er wel eens over bomen binnenkort. Op het IC eyeopeners congres afgelopen najaar introduceerde Involve de Generatie Gamma. Een generatie medewerkers die eigenaarschap en verantwoordelijkheid neemt, die ruimte krijgt en het zelf doet. Ik vond die generatie verdacht veel lijken op mijn profiel als zelfstandig ondernemer. En als je dan doorredeneert, zouden mensen in organisaties dus wat kunnen leren van ons. Voer om over door te denken.

7. O,o, die poten in de klei. Sinds september werk ik voor Samen14 (gezamenlijke 14 Twentse gemeenten) mee aan de communicatie over de veranderingen in de zorg. Mijn werkplek is op de communicatieafdeling van een van de gemeenten. En zo voel ik weer hoe het werkt in de klei. De pers belt; communicatie nog steeds vaak end-of-pipe; wethouder met Q&A op persgesprek voorbereiden; oeps interne communicatie vergeten; et cetera. Nuttig, zinnig en leuk!

8. Het universele van communicatie in de unieke context. Ik werk veel voor de overheid, ik heb nu eenmaal iets met de publieke zaak en de publieke zaak gelukkig ook met mij. In het laatste kwartaal van 2014 had ik twee leerzame uitstapjes. Een bij KARA energy systems, een bedrijf dat enorme houtverbrandingsinstallaties maakt en een bij de ondernemingsraden van Kentalis, een organisatie voor onderwijs en zorg bij gehoorproblemen. De principes van communicatie, verbinden van mensen met elkaar, de juiste mensen aan tafel, slimme werkvormen, leren van elkaar, vertrouwen, die gelden overal. Dat in een andere wereld kunnen neerzetten daagt mij weer uit. Op zoek naar het universele van communicatie in het unieke van het betreffende bedrijf.

9. De schatkamer van Jade. Je leest het altijd in boekjes over brein: leer af en toe iets compleet nieuws. Dat scherpt je hersens. Ik leerde dit jaar de prachtigste Tai Chi oefening ooit: de schatkamer van Jade. Het proces om zoiets te leren gaat door allerlei stadia. Toen Martin (Wessels, mijn docent) de vorm de eerste keer voordeed dacht ik: dat leer ik nooit. En dan komt een tijd van kleine stapjes, van voordoen, van fouten maken, van doorzetten. Nu zit ie erin en geniet ik er elke ochtend van. Voornemen komend jaar: eindelijk met 10 vingers leren typen. “Dat leer ik nooit”.

10. Passie in werk. De laatste en verdrietigste les van 2014 heb ik geleerd rondom het overlijden van mijn vriend René van Uden. Zelden heb ik zoveel verbondenheid gevoeld als in de week na zijn overlijden in zijn woonplaats in Denemarken met zijn vrienden en familie. Zelden heb ik zoveel verhalen gedeeld en gehoord. Zelden heb ik me gerealiseerd dat mijn leven en werk nu geleefd moet worden en dat de verhalen ook nu gedeeld moeten worden. René was houtkunstenaar. In dit filmpje is te zien, zonder dat je het Deens verstaat, hoe hij gepassioneerd in zijn werk stond. Dank René. wood sculpture – rené van uden

Standaard