Meer, meer, meer

Ik doe weer mee aan een blogkermis. Deze keer geïnitieerd vanuit de LOSmakers en met een heuse fictieve case als centraal vraagstuk. Ik deel in dit blog graag mijn gedachten over de case. Mijn conclusie is, dat dat bij mij (nog) helemaal niks met sociale technologie te maken heeft. Reden temeer om nieuwsgierig te worden naar de andere bijdragen in deze kermis.

De case

Puur fictief (we schrijven 25 september, ruim 6 maanden na de verkiezingen): er zou een regeerakkoord zijn. De nieuwe regering vindt het belangrijk om werkstress terug te dringen. Dat is minder fictief. De ARBO wet zal daarom aangepast worden. Vanaf 2019 is iedere organisatie met meer dan 100 medewerkers verplicht om jaarlijks medewerkers te informeren over werkstress. De OR heeft de taak om in de gaten te houden of het ook echt gebeurt en de arbeidsinspectie ziet er ook op toe. Ik vrees dat dit soort ‘oplossingen’ niet heel fictief zijn. Ik heb zo mijn twijfels en roep de HR- en communicatie adviseurs bij De Boei op om dit vraagstuk door een andere bril te gaan bekijken.

Informatie als doel?

Al sinds jaar en dag weten we dat informatie niet leidt tot gedragsverandering. Dus op welke planeet de schrijvers van dit regeerakkoord zaten, ik vraag het me af. Wat is het eigenlijke doel? Dat er minder ziekteverzuim komt ten gevolge van werkstress. Want dat kost geld, veel geld. Die begrijp ik. Maar we weten ook dat doelen met ‘minder’ of ‘geen’ of andere ontkenningen nou niet bepaald een energie-gevende bodem voor verandering opleveren. Dus op zoek naar een positief geformuleerd doel dat uitdaagt om veranderingen in gang te zetten. Wat dachten jullie van: meer werkplezier? Meer… meer… meer!

Informatie als middel?

Voordat ik ‘mijn strategie’ ga onthullen nog even iets over de betekenis van informatie over werkstress. Ik ben bestuurslid van Broodfonds Hengelo en wij organiseerden dit voorjaar twee keer een informatieavond voor onze leden over stress en burn-out. De aanleiding was dat 40% van de zieke Broodfondsleden (landelijk gezien) burn out als oorzaak van de ziekte aangeeft. Dat is schrikbarend hoog en reden om daar in ons broodfonds aandacht aan te besteden. De cijfers zeggen ook dat iemand met uitval door burn-out gedurende een lange tijd niet kan werken. Ik snap die regeerakkoordschrijvers dus wel. Wij merkten dat een avond uitleg over hoe het werkt met burn-out, hoe je brein is ingeregeld op fight- flight- freeze, hoe het kan dat juist gepassioneerde en toegewijde professionals gevoelig zijn voor burn-out, wat tekenen kunnen zijn voor alarm et cetera erg nuttig is. Maar het meest waardevolle kwam na de informatie: een mooi en kwetsbaar gesprek met elkaar. Dat gesprek durven voeren en met anderen na te denken over jouw verschijnselen en jouw oplossing- en vermijdings- strategieën. Die avond meldde zich een aantal leden die ‘preventief buddy’ willen zijn. Want vage klachten en vage gedachten over: zou ik…? ben ik…? die deel je niet met je beste vrienden of met je partner. Maar wel met iemand die in hetzelfde ondernemersschuitje zit als jij.

Wat nu bij De Boei?

Mijn advies aan De Boei is om een campagne achtig proces in gang te zetten over werkplezier. Met als hoofddoel het gesprek op gang brengen, online maar vooral ook offline over lol in je werk, over nee zeggen, over fouten maken, over successen, over gezondheid en vitaliteit et cetera. Het procesontwerp, waar ik graag mijn tanden in zou zetten, vergt -na commitment van ‘de top’- wat voorwerk: Wat zeggen de MTO’s (medewerker tevredenheid onderzoeken) van afgelopen jaren? Wat zijn de verzuimcijfers? Zijn er groepen in de organisatie waar het plezier vanaf spat? Dit voorwerk kan ook prima uitgebreid worden met een poll via de social media of liever nog een social intranet als dat er is. Dan breng je het thema al op gang. Vervolgens vergt het een groep mensen die dat aanjagen, die samen een procesontwerp maken. Met OR leden, MT leden, conciërges, leerlingen, docenten et cetera. De een vindt meer werkplezier als er betere koffie komt, de ander als hij eindelijk het gevoel krijgt dat hij fouten mag maken, de derde als hij zelf de werktijden kan bepalen en de vierde als hij ruimte krijgt om uit te stromen om eindelijk een eigen bedrijf te beginnen. Zo divers is werkstress ook en zo divers dus ook de aanpak daarvan. En dat moet vooral én online én offline gebeuren.

En als…

Als de arbeidsinspectie dan langs komt, dan geef je ze een besloten linkje naar je sociale intranet, waar het inmiddels bruist van de activiteiten en discussies. Natuurlijk ga je de opbrengst van je voorwerk om het half jaar opnieuw verzamelen en analyseren. Zo blijf je monitoren wat er effect heeft en leer je van je eigen aanpak.

Advertenties
Standaard

Een gedachte over “Meer, meer, meer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s