Wat zit er in de lucht?

In een paar dagen tijd komt er van alles op mijn pad. Je zou bijna gaan denken dat er een verband is en dat het me iets te zeggen heeft over 2018.

Kunstmatige Intelligentie 

Het begon met het blog van Joitske. Zij schrijft over AI. Nee, dat gaat niet over Appreciative Inquiry, maar over Artificial Intelligence. Overigens is het verband tussen deze twee AI’s ook al interessant, want wat is mooier dan waarderend onderzoeken van kunstmatige intelligentie? Dit terzijde. Joitske wilde weten wat AI gaat betekenen voor leren en ontwikkelen in organisaties. Ik zie dan een soort corporate- Siri voor me. Die je kan vragen hoe je ook alweer je declaratie moet indienen of die jou hardop instrueert terwijl je een bijzondere handeling verricht. Joitske citeert Kevin Kelly, haar inspiratiebron: “Als informatie niet meer schaars is, aandacht is dat wel. Dus richten we de economie in met ervaringen en belevenissen.” Verklaart dit de enorme groei aan festivals en events? Je streamt je muziek, maar wilt erbij zijn als ze optreden. Met Zomerfestival De Zandbak doen we ook lekker aan mee aan deze trend. Joitske sluit haar uitgebreide en boeiende blog af met drie ‘conclusies’ voor ons vakgebied van leren en ontwikkelen: 1. Let op AI, dat gaat ons nog veel brengen; 2. Zorg voor aandacht (link met communicatie); 3. Verdiep je in de vraag hoe we kunnen leren door meer feedback over onszelf. Door meer te weten over je beweeg- gedrag bijvoorbeeld, ga je vanzelf al meer bewegen.

Haar verhaal zet me aan het denken. Het onderbouwt deels mijn eigen ervaring, namelijk dat je als begeleider van leren of als docent steeds meer leermanager en steeds minder ‘wijze juf’ wordt. De kennis is er immers al, die hoef ik niet meer toe te voegen. Mijn toegevoegde waarde als docent zit ‘m vooral in het creëren van waardevolle leerervaringen. Met interventies die ervoor zorgen dat mensen de kennis koppelen en durven toepassen. Dat ze lef ontwikkelen door te doen en te falen in een veilige omgeving met anderen. Gaat dat over AI? Nee het gaat over leren en AI kan dat nog spannender en leuker maken.

 

Virtual Reality

Dan was er Involve, mijn favoriete en innoverende bureau voor interne communicatie. Zij sturen mij per analoge (!!) post een VR (Virtual Reality) bril. Ik download de bijbehorende app en ervaar hoe ik zelf kan inbreken in interactie. Hoe een presentatie eruit ziet als het interactief is, of juist empathisch. Involve vraagt aandacht voor ‘interactie met impact’. Omdat een goed gesprek of een effectief overleg valt of staat met de kwaliteit van de interactie. Eens, meer dan eens, daarom gaat het in interne communicatie tegenwoordig vooral om het toerusten en het ‘enabelen’ van anderen. Ik vraag me hardop af of VR dan van betekenis kan zijn in dat leren. Ja, je kan zien wat de actoren doen als je hen de opdracht geeft om bijvoorbeeld meer empathisch te zijn. Maar voor leren is naar mijn idee zelf doen met veel vallen en opstaan nodig. Gewoon IN het echte werk.

 

Digitale interactie faciliteren

Vervolgens had ik een Skype gesprek met Renata Verloop. Over mijn volgende inspiratiesessie in de Zwanenhof in Zenderen. Deze gaat over de vraag hoe de buitenwereld van invloed is op je werk bij de overheid. Ontwikkelingen als blockchain bijvoorbeeld, maar ook de behoefte aan ‘echt contact’. Zij bekijkt deze online ontwikkelingen door de communicatie- participatie- en dienstverleningsbril. We praten door over haar platform ‘Overheid in Contact’. Ik complimenteer haar voor de manier waarop ze dat modereert. We hebben het erover dat het modereren van zo’n platform een vak op zich is, dat echter qua principes niet verschilt van f2f trainen en coachen. Die link wordt echter erg weinig gelegd. Veel communicatie professionals modereren sociale intranetten, maar hebben totaal geen kaas gegeten van interactieprocessen. Hoe vaak hoor ik dat ‘de interactie niet op gang komt’ bij zo’n digitaal platform. Misschien moeten we dat vak eens verder uitvinden. Ik heb eraan geroken in de leergang bij Ennuonline.

 

Rituelen

Vervolgens stuit ik op een artikel in de Correspondent dat ik had bewaard. Over het belang van rituelen bij gedragsverandering. Over een ondernemer die één push up per dag deed. Dat kon hij volhouden en inpassen in zijn dagelijkse doen. Dus geen grootse en meeslepende zaken, maar klein beginnen en dat de kans geven dat het inslijt. Waarom boeiend in het verband? We verwachten zo veel van digitale nieuwigheden. Maar integreer er eens één in je dagelijkse werk en observeer jezelf en leer. Sprak zij tot zichzelf. Ik heb de ambitie om minstens twee keer per jaar een blog te schrijven.

 

Tai Chi

En tot slot van al dit, dat zich in twee dagen afspeelde, mocht ik naar mijn eerste Tai Chi les van 2018. Over yin en yang, hard en zacht, strekken en ontspannen, vasthouden en loslaten. Mijn dagelijkse ochtend halfuurtje Tai Chi (ritueel!) krijgt weer meer inhoud door de nieuwe input van docent Martin. En zo realiseer ik me ook dat digitaal en analoog, beeldscherm en warme aanraking bij elkaar horen als yin en yang. Het een beweegt niet zonder het ander.

 

Wat er in de lucht zit? Ik ben 2018 vol verse ideeën en inzichten begonnen!

Linkjes

Blog van Joitske Hulzebosch

Zomerfestival De Zandbak

Involve

Workshop Overheid in contact!

Platform Overheid in Contact

Ennuonline

Artikel over rituelen

Chi Choice

Advertenties
Standaard

Meer, meer, meer

Ik doe weer mee aan een blogkermis. Deze keer geïnitieerd vanuit de LOSmakers en met een heuse fictieve case als centraal vraagstuk. Ik deel in dit blog graag mijn gedachten over de case. Mijn conclusie is, dat dat bij mij (nog) helemaal niks met sociale technologie te maken heeft. Reden temeer om nieuwsgierig te worden naar de andere bijdragen in deze kermis.

De case

Puur fictief (we schrijven 25 september, ruim 6 maanden na de verkiezingen): er zou een regeerakkoord zijn. De nieuwe regering vindt het belangrijk om werkstress terug te dringen. Dat is minder fictief. De ARBO wet zal daarom aangepast worden. Vanaf 2019 is iedere organisatie met meer dan 100 medewerkers verplicht om jaarlijks medewerkers te informeren over werkstress. De OR heeft de taak om in de gaten te houden of het ook echt gebeurt en de arbeidsinspectie ziet er ook op toe. Ik vrees dat dit soort ‘oplossingen’ niet heel fictief zijn. Ik heb zo mijn twijfels en roep de HR- en communicatie adviseurs bij De Boei op om dit vraagstuk door een andere bril te gaan bekijken.

Informatie als doel?

Al sinds jaar en dag weten we dat informatie niet leidt tot gedragsverandering. Dus op welke planeet de schrijvers van dit regeerakkoord zaten, ik vraag het me af. Wat is het eigenlijke doel? Dat er minder ziekteverzuim komt ten gevolge van werkstress. Want dat kost geld, veel geld. Die begrijp ik. Maar we weten ook dat doelen met ‘minder’ of ‘geen’ of andere ontkenningen nou niet bepaald een energie-gevende bodem voor verandering opleveren. Dus op zoek naar een positief geformuleerd doel dat uitdaagt om veranderingen in gang te zetten. Wat dachten jullie van: meer werkplezier? Meer… meer… meer!

Informatie als middel?

Voordat ik ‘mijn strategie’ ga onthullen nog even iets over de betekenis van informatie over werkstress. Ik ben bestuurslid van Broodfonds Hengelo en wij organiseerden dit voorjaar twee keer een informatieavond voor onze leden over stress en burn-out. De aanleiding was dat 40% van de zieke Broodfondsleden (landelijk gezien) burn out als oorzaak van de ziekte aangeeft. Dat is schrikbarend hoog en reden om daar in ons broodfonds aandacht aan te besteden. De cijfers zeggen ook dat iemand met uitval door burn-out gedurende een lange tijd niet kan werken. Ik snap die regeerakkoordschrijvers dus wel. Wij merkten dat een avond uitleg over hoe het werkt met burn-out, hoe je brein is ingeregeld op fight- flight- freeze, hoe het kan dat juist gepassioneerde en toegewijde professionals gevoelig zijn voor burn-out, wat tekenen kunnen zijn voor alarm et cetera erg nuttig is. Maar het meest waardevolle kwam na de informatie: een mooi en kwetsbaar gesprek met elkaar. Dat gesprek durven voeren en met anderen na te denken over jouw verschijnselen en jouw oplossing- en vermijdings- strategieën. Die avond meldde zich een aantal leden die ‘preventief buddy’ willen zijn. Want vage klachten en vage gedachten over: zou ik…? ben ik…? die deel je niet met je beste vrienden of met je partner. Maar wel met iemand die in hetzelfde ondernemersschuitje zit als jij.

Wat nu bij De Boei?

Mijn advies aan De Boei is om een campagne achtig proces in gang te zetten over werkplezier. Met als hoofddoel het gesprek op gang brengen, online maar vooral ook offline over lol in je werk, over nee zeggen, over fouten maken, over successen, over gezondheid en vitaliteit et cetera. Het procesontwerp, waar ik graag mijn tanden in zou zetten, vergt -na commitment van ‘de top’- wat voorwerk: Wat zeggen de MTO’s (medewerker tevredenheid onderzoeken) van afgelopen jaren? Wat zijn de verzuimcijfers? Zijn er groepen in de organisatie waar het plezier vanaf spat? Dit voorwerk kan ook prima uitgebreid worden met een poll via de social media of liever nog een social intranet als dat er is. Dan breng je het thema al op gang. Vervolgens vergt het een groep mensen die dat aanjagen, die samen een procesontwerp maken. Met OR leden, MT leden, conciërges, leerlingen, docenten et cetera. De een vindt meer werkplezier als er betere koffie komt, de ander als hij eindelijk het gevoel krijgt dat hij fouten mag maken, de derde als hij zelf de werktijden kan bepalen en de vierde als hij ruimte krijgt om uit te stromen om eindelijk een eigen bedrijf te beginnen. Zo divers is werkstress ook en zo divers dus ook de aanpak daarvan. En dat moet vooral én online én offline gebeuren.

En als…

Als de arbeidsinspectie dan langs komt, dan geef je ze een besloten linkje naar je sociale intranet, waar het inmiddels bruist van de activiteiten en discussies. Natuurlijk ga je de opbrengst van je voorwerk om het half jaar opnieuw verzamelen en analyseren. Zo blijf je monitoren wat er effect heeft en leer je van je eigen aanpak.

Standaard

De bushalte

Gisteren fietste ik over de Pruisische Veldweg in Hengelo. Ik werd aangehouden door drie jongeren. Mijn inschatting: eerste klas van een MBO, eerste week, kennismakingsspelletjes en speurtochten, groepjes at random samengesteld. Het was een pukkelig roodharig meisje dat duidelijk in de lead was en twee jongens in de volgstand. Ze liepen recht op me af de straat over. “Mevrouw, weet u hoe deze straat heet?”. Het is interessant wat er dan met je gebeurt. Reflex 1 is natuurlijk gewoon antwoord geven, maar ik kwam niet verder dan dat de straatnaam (ik fiets daar zo’n twee keer per week) met een P begint. Daar hadden ze natuurlijk niks aan. Ze keken me ook een beetje wazig aan toen ik dat zei. Reflex 2 was om mijn telefoon te pakken om het juiste antwoord te zoeken. Maar die reflex heb ik weerstaan. ‘Ik moet ze toch kunnen helpen het zelf te vinden’. Zo sprak de kant in mij die graag mensen helpt het zelf te doen. Zeg maar mijn Montessori subpersoon. Reflex 3 was om met hun naar het opdrachtenformuliertje te kijken, uit nieuwsgierigheid waar deze vragen allemaal over gaan en waar ze vandaan komen. Ook deze reflex heb ik gelukkig weerstaan. Dan vinden ze je vast zo’n oude taart op een e-bike die hen wil bemoederen. En daar zit je niet op te wachten als je net naar een nieuwe school bent en in zo’n at random groepje maar moet afwachten of ze je een beetje leuk gaan vinden. Reflex 4 was om te tippen: kijk op je telefoon. Ook die heb ik gelukkig weerstaan. Want als ze die bij zich gehad zouden hebben, dan hadden ze dat natuurlijk allang gedaan. Waarschijnlijk heeft meester ‘zeg maar Arend-Jan’ alle telefoons ingenomen voordat ze op pad gingen. Vervolgens kwamen de wat effectievere interventies: “Heb je al op het straatnaambordje gekeken?”. Dat hadden ze niet kunnen vinden. Ik betrapte me erop dat ik dacht dat ze vast niet goed gezocht hadden en ging meezoeken. (oei!) Nee, alleen het bordje van de Kuipersdijk, die haaks op deze straat staat was te vinden. En tot slot dan de redding. We stonden bij een bushalte en ik bedacht ineens dat die meestal de naam heeft van de straat waar die staat. Ze renden ernaartoe en zeiden triomfantelijk: JA! De Pruisische Veldweg. Het meisje vulde razendsnel het formuliertje in en ze rende weg naar hun volgende opdracht. De twee jongens in haar kielzog. Ik was heel tevreden over de afloop. Enerzijds omdat ik met die P goed bleek te zitten. Anderzijds omdat ik de reflex heb weerstaan om de oplossing te fixen maar samen met hen een informatiebron heb gevonden die ze ook zelf weer kunnen aanboren: de bushalte. En daar heb ik dan weer plezier in, want ook dit leren ligt voor je voeten.

 

 

Standaard

Juf Kiet, Wu Wei en ik

Mijn voornemen voor 2017 is om nóg beter te leren aanvoelen wanneer ik in actie moet of wil komen en wanneer ik vooral niets moet doen. Wanneer ga ik uitleggen hoe ‘het’ zit? Wanneer ga ik strooien met tips en adviezen? Wanneer ga ik het overnemen en wanneer juist niet? ‘Daadkrachtig op je handen zitten’ is een kunst; voor mij persoonlijk, maar ook voor communicatieprofessionals in organisaties. We zijn zo gewend om de actiestand te overwaarderen. Soms is het gewoon beter om niets te doen, alleen te kijken, voelen, luisteren. En meestal is het zo dat je dan heel veel doet door (ogenschijnlijk) niets te doen.

Wu Wei

Het principe van ‘doen door niet te doen’ is al eeuwenoud. Lao Tse zegt daarover in de Dao De Jing: handel zonder te handelen; dien zonder te dienen; neem waar zonder waar te nemen. De letterlijke betekenis is: niet handelen tegen de aard der dingen in. In het boek spreekt Lao Tse vooral ambtenaren en bestuurders aan. Mmm, interessante kost dus als we nadenken over de toekomst van de overheidscommunicatie, het gebrek aan vertrouwen bij burgers en de enorme actiereflex waar veel bestuurders aan lijden. Het Taoïsme, waar Dao De Jing het lijfboek van is, is niet een filosofie van niets doen, maar wel van deelnemen aan het leven, aan de natuur. Het gaat om geconcentreerd zijn op de goede weg. Het uiteindelijke doel is om in harmonie te raken met het zelf, de natuur en de omgeving. En daaraan kunnen wij als communicatieprofessionals veel bijdragen. Niet door zelf de wijze uit te hangen, maar door onszelf te kennen, door anderen mee te nemen in het deelnemen aan het leven buiten, door met hen te kijken, voelen, luisteren en dan wellicht te versterken wat al sterk is en te prikkelen wat in slaap is gesukkeld.

Juf Kiet

De mooiste illustratie voor mij voornemen, vooral ook in relatie tot mijn vak, vond ik in de documentaire ‘De kinderen van juf Kiet’. De film ging in première op de IDFA en was meteen een succes. We zien twee uur lang hoe juf Kiet werkt in haar klas. We zien hoe zij nieuwe kinderen welkom heet, hoe ze omgaat met ruzies, hoe ze haar eigen emoties inzet, hoe ze met kinderen over trauma’s praat, hoe ze woordjes aanleert et cetera. Hele kleine dingen. Ik merkte dat ik na zo’n drie kwartier verwachtte dat er een deskundige aan het woord zou komen die ging duiden wat we zien. Ik verwachtte een interview met de juf waarin ze vertelt en uitlegt wat er met de kinderen aan de hand is. Maar dat kwam allemaal niet. En toen ging ik pas echt genieten! De film daagde me uit om zorgvuldig te kijken, om alle verhaallijntjes en geschiedenissen te vinden, om actief te luisteren. De documentaire maker heeft de reflex weerstaan om mij alle betekenisgeving op een presenteerblaadje aan te reiken. Wat een genot! Daardoor heeft de maker erg veel gedaan door iets niet te doen. Om deze reden verdient de film voor mij een standbeeld en roep ik mezelf en mijn communicatiecollega’s op om wat minder kwistig te zijn met actieve duiding door deskundigen.

Tot slot nog een citaat uit Dao De Ding: De wijze mens behandelt, tot aan het einde van zijn leven’ geen grote zaken omdat hij de bekwaamheid heeft ze te veranderen voordat ze groot zijn.

Behoeft geen duiding.

 

  • Daadkrachtig op je handen zitten is een uitspraak van Jan van Ginkel in het boek: Werken aan de wakkeren stad. Hier digitaal te lezen.
  • De trailer van de film ‘De kinderen van juf Kiet’.
  • Een mooie digitaal beschikbare vertaling van Dao De Ding, ook wel bekend als Tao Te Tjing, ruim 2300 jaar geleden geschreven door Lao Tse.

 

 

 

Standaard

Daarom Dus

Iedereen kent dat wel: dat ineens het kwartje valt. Dat had ik bij een stuk van Aleid Truijens in de Volkskrant laatst. Het ging over de afschrikwekkend hoge kosten voor studerende jongeren. Zij zei: “Erger vind ik het armoedige principe dat studeren iets zou zijn om er zelf rijker van te worden. De hele samenleving heeft plezier van die hoogopgeleide mensen. Iedereen wil een gedreven dokter aan zijn bed, een goede leraar voor zijn kinderen, een goede infrastructuur, een duurzame wereld. Collectieve investeringen zijn hun geld waard.”

Toen ik dat las viel bij mij ineens het kwartje. Ik heb zo’n enorme passie voor leren en communicatie omdat ik inwoners een luisterende en open overheid toewens, cliënten een zorgverlener die goed kan luisteren, huurders een woningcorporatie die hen betrekt bij het beheer. Et cetera. En om dat te bereiken moeten veel mensen in organisaties leren en blijven leren.

Daarom Dus

Verontrustend in dat verband vond ik het artikel een paar dagen later, weer in de Volkskrant, van Nanda Troost. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat in organisaties juist de mensen die al hoogopgeleid zijn, deelnemen aan allerlei scholingen. En dat bij hen ook de opbrengst van (informeel) leren op de werkplek het grootst is. “Wie weinig aan bijscholing doet, compenseert dit niet door meer informeel te leren en door op de werkplek kennis en ervaring op te doen van collega’s. Juist dit informeel leren komt terecht bij de ‘betere’ groep, stelt het Planbureau.” Heftig!

Dus

Enerzijds wordt hierdoor mijn missie op het gebied van ‘leren’ alleen maar groter. Want de huurder voelt zich vooral gezien en serieus genomen door de woningcorporatie als de telefoniste goed kan luisteren en doorvragen en als de monteur niet alleen de lekkage verhelpt maar ook geen enorme troep achterlaat. We moeten dus blijven zoeken naar manieren om deze lager opgeleide medewerkers te betrekken bij de waarden van waaruit wordt gewerkt. We moeten ook samen met hen die waarden omzetten in alledaagse gedragsvarianten én we moeten hen daarop durven waarderen, aanspreken en bijsturen.

Werk te doen dus.

Standaard

Is sociaal leren te leren?

Ik doe mee met een ‘blogkermis’ rondom sociaal leren. Alleen dat woord al is om blij van te worden. Als kind had ik een speciale kermisjurk en als het kermis was in het dorp kwam de hele familie vlaai eten en biertjes drinken. Ik kreeg kermisgeld van mijn vader en met een beetje geluk ook van ooms en tantes. En daar ging je dan, vol keuzestress: touwtje trekken, botsauto’s, schommels of de grijpautomaten? Kaneelstok of suikerspin?

En daar zit ik nu te schrijven aan dit kermisblog. Fijn café dat meer klandizie verdient (Coffee Industry in Hengelo), heerlijke latte, prachtige houten tafel, mooie muziek en een paar uur de tijd. Ik heb er zin in. En koos voor de vraag: is sociaal leren te leren?

Hoe leer ik zelf? Dit blog heet niet voor niks: leren ligt voor je voeten. Ik maakte er een prachtig staaltje van mee afgelopen maandag. Ik kamp al ruim twee weken met verstopte holtes en ga dat te lijf met stomen en zout spoelen. Wel drie keer per dag, heel ijverig. Maar er trad geen verbetering op. Niks. Dus naar mijn huisarts voor raad. Zij wees me erop dat al dat ijverige stomen en spoelen waarschijnlijk averechts was gaan werken: het zette de slijmvliezen extra aan het werk voor nog meer snotproductie. Mijn ijverige en toegewijde pogingen om grip te krijgen op mijn herstel, hadden zich dus tegen mij gekeerd. Ik stopte ermee, verzoende mij met het ongemak en ja hoor: sindsdien gaat het beter. Dit soort leerervaringen deel ik altijd met wie het maar wil horen. Maar sociaal leren is dat niet. Nee, het is uiterst individueel. Ik moest er ook wel om lachen en vind het tegelijkertijd interessant om parallellen te zoeken met ons thema: is sociaal leren te leren? Hoe ijverig kunnen we dat stimuleren? En helpt dat dan? Of moeten we ook hierbij vooral daadkrachtig op onze handen zitten?

Tussendoortje: mijn definitie van sociaal leren

Sociaal leren is als je het lef hebt om ‘help’ te zeggen als je zelf nog geen antwoord weet. Zo kun je samen met anderen tot verrassende wendingen, slimme toepassingen, nieuwe richtingen of andere duiding komen. Of je dat face tot face doet of online is niet zo belangrijk. De een ervaart online als drempel, de ander durft dankzij #dtv eindelijk te vragen. De een durft het alleen als hij de ander kent en vertrouwt, de ander heeft juist anonimiteit nodig. Terug naar mijn vraag: is sociaal leren te leren?

Een voorbeeld: Digitaal Plein 14

Ik werk op dit moment voor Samen14, de 14 Twentse gemeenten die samen de veranderingen in de zorg oppakken. Per 1 januari 2015 is veel zorg overgeheveld naar gemeenten, de transitie. Dat is gelukt, zorgaanbieders hebben contracten en de meeste inwoners weten waar ze nu moeten zijn voor zorg en ondersteuning. Lastiger is het proces van transformatie. Dat gaat om verandering van denken, om innoveren, om slimme nieuwe samenwerkingen. Bijvoorbeeld dat er op scholen meer preventieve zorg komt zodat de kinderen later niet naar zware jeugdzorgtrajecten hoeven. Innovaties waarbij vele processen, geldstromen, goede intenties en belangen komen kijken. Dat proces geven wij vorm door het organiseren van bijeenkomsten én door een Digitaal Plein14. De doelen:

  • vindplaats van informatie en van mensen,
  • ontmoetingsplaats van mensen die warm lopen voor transformatie,
  • werkplaats waar de dialoog en dynamiek plaats heeft,
  • broedplaats van creativiteit en innovatie.

Ontzettend goed doordacht allemaal. Het Plein is ingericht rondom 12 thema’s die ook op de bijeenkomsten terugkomen. Thema’s die de cliënt als vertrekpunt hebben want nergens zijn professionals zo betrokken bij hun doelgroep als in de zorg. Maar: het Digitale Plein loopt van geen meter. We verwijzen er regelmatig naar in communicatie uitingen, op de bijeenkomsten richten we een inlog helpdesk in en we voegden een thema toe waarvan we wisten dat dat traffic zou genereren. Ik troost me met de gedachte dat zulke processen jaren kosten, want het is nogal wat om voor het oog van collega’s, soms concurrenten na te denken over verbeteringen. Het is nogal wat om digitaal professionele ervaringen te delen. Maar wat kunnen we nu nog meer doen? Moeten we wel meer doen? Of moeten we inderdaad daadkrachtig op onze handen gaan zitten?

Ander voorbeeld: kennisdelen in het onderwijs

Ik neem twee keer per jaar mondelinge examens af in de CommunicatieC opleiding bij SRM. Zo kom ik soms geweldige cases tegen. Een kandidaat had als opdracht in haar werk om het delen van kennis door docenten te bevorderen en stimuleren. Zij koos een geniale en o zo simpele aanpak. Allereerst maakt ze er een business case van: hoeveel tijd- en geldbesparing is ermee gemoeid. Indrukwekkende cijfers die ze gedegen had onderbouwd. Ook onderzocht ze wat mensen tegenhoudt: ‘geen tijd voor’ en ‘ik weet niet hoe ik dat moet aanpakken’ scoorden hoog. En zo ging ze aan de slag met het begeleiden van teams docenten, met instructies geven, met het publiceren van successen en vooral ook met het meenemen van de managers hierin. De teams docenten kozen zelf hoe ze de kennisdeling wilden doen, sommige groepen via LinkedIn, anderen kozen Facebook anderen weer een ander platform. Haar belangrijkste doel was dat de docenten zin in kennisdelen kregen, dat ze zonder drempels konden ervaren wat dat oplevert en dat het management dat leerproces ging omarmen. Haar primaire doel was dus niet het introduceren en implementeren van een slim sociaal intranet. Kijk!

Is sociaal leren te leren?

En daarmee kom ik op mijn favoriete communicatie adviseurs stokpaardjes: definieer en expliciteer je doelen én onderzoek en volg wat je spelers bezig houdt en gebruik dat als je vertrekpunt. Beide deed onze kandidaat (die met een 9 slaagde voor dit examen!) heel goed. In mijn eigen case (iets met ‘you teach best what you ought tot learn most’) hebben we die beide stappen te snel gemaakt. We hadden ons proces en ons plein centraal gesteld.Al schrijvend en al reflecterend op deze cases kom ik tot een aantal succesfactoren* voor sociaal leren:

  1. Onderzoek wat je mensen tegenhoudt of kan motiveren. Toen de docenten van mijn kandidaat kregen voorgerekend hoeveel tijd het kan opleveren als je toetsen met elkaar uitwisselt, werd het wel heel interessant. Toen we hoorden dat het inloggen zo ingewikkeld was en een fysieke help-desk hadden ingericht, kwamen er meer mensen op het digitale plein.
  2. Neem het ongemak dat mensen ervaren serieus: het voelt kwetsbaar om een hulp vraag te stellen. Onderzoek of dat met generatie te maken heeft of met andere factoren, concurrentie bijvoorbeeld. Ik vind het zelf nog steeds heel eng om iets dat ik zelf nog niet heb opgelost aan iemand anders voor te leggen. Dat is diepgeworteld. Wat mij dan helpt is heel klein beginnen, met veilige onderwerpen in beslotenheid en zo ervaren dat niemand je als een looser ziet als je dat doet. Accepteer ook dat het bij sommige mensen nooit zal lukken om die reden. Ook niet iedereen durft in de botsauto’s op de kermis!
  3. Zoek de positieve ontwikkelingen, de lichtpuntjes en zet die in de etalage. Als weerstand bijvoorbeeld een link met generatie bleek te hebben, gebruik dan ook rolmodellen van die generatie. Etaleer dan het proces en niet het resultaat. Gebruik dus de growth mindset (zie vorige blog, Carole Dweck) hierbij!
  4. Zet het leren centraal en niet de manier waarop, jouw platform. Maak je doelen specifiek.
  5. En als het proces eenmaal op gang is, maak dan oude gewoontes onmogelijk. . Reacties per mail worden niet meer gelezen, informatie alleen nog maar via deelplatform leveren.

Het antwoord op de vraag is dus: ja, sociaal leren is te leren. En het kan een vrolijke bonte kermis met spanning, valpartijen, suikerspinnen en mooie vergezichten worden.

*Deze succesfactoren lijken veel op de tips die de Heathbrothers geven in hun boek Switch. Aanrader! Hier zijn hun tips (how to make a switch) te vinden.

 

 

 

Standaard

Bruce, zuster Marie en ik

Zoals elk jaar krijg ik rond de jaarwisseling behoefte aan overdenking, terugblik en vooruitblik. Dit jaar aan de hand van kleine pareltjes van afgelopen tijd. De samenvatting trof ik vanochtend in een facebook bericht van De Baak: ‘Never stop learning, because life never stops teaching’.

He lifts me up

‘Bruce en ik’, zo heet het boek met 29 odes aan Bruce Springsteen dat ik kreeg voor sinterklaas. Wat ik vooral bijzonder vind is hoe mensen volledig gepassioneerd kunnen zijn door een artiest en daar vol kwetsbaarheid over durven schrijven. Bram van Splunteren: “In Rotterdam bezóng hij de jongen die afgewezen wordt door het meisje van zijn dromen. Dertig jaar geleden in Amsterdam wás hij de afgewezen liefde zelf.” Van beide concerten kon hij genieten en de mate waarin zegt net zoveel over Bruce als over Bram. Nog een prachtig verhaal. Een vrachtwagenchauffeur in een documentaire uit 2013: “Als ik in mijn cabine naar Bruce luister, dan voel ik dat ik óók belangrijk werk doe. He lifts me up.” Ik bezocht zelf in 2013 een concert in Nijmegen. De foto boven dit blog is daar gemaakt. Nu ik een heel boek vol heb gelezen over zijn positiviteit, power, hoop, aandacht voor ‘gewone’ mensen; nu vind ik dat die foto er ook wel mag blijven staan. Bruce Springsteen is iemand die met lichtheid en hoop zware onderwerpen bezingt aan de hand van verhalen van gewone mensen. Diepzinnig zonder vaagheid. Daar wil ik in mijn vak graag van leren.

Nooit dom

In oktober bezocht ik ‘zuster Marie’. Ze was 93 en woonde in hetzelfde kloosterbejaardenoord als waar mijn moeder heeft gewoond en is overleden. Ze waren vriendinnen, bezochten samen ‘de kweek’, de kostschool die hen opleidde tot juf en genoten in die tijd van het vergaren van kennis. Vooral literatuur was populair. Tot op hoge leeftijd waren er reünies met ook de andere vriendinnen: bijna allemaal na de kostschool ingetreden als non. Zuster Marie antwoordde al jaren geleden op mijn vraag waarom ze non was geworden: “Ik kon ervoor kiezen om één man gelukkig te maken of om vele mensen die het hard nodig hebben te helpen. Ik koos voor het laatste.” Mijn moeder werd inderdaad juf, maar kreeg op de dag van het trouwen haar ontslagbrief. Zo ging dat vroeger. Zuster Marie vertelde me afgelopen oktober hoe ze dacht over mijn moeder: “Ze was een ontzettend knappe kop. Maar ze liet zich daar niet op voorstaan. Ze wachtte rustig af tot iemand met vragen kwam. Nooit voelde iemand zich dom in haar aanwezigheid.” Het was alsof ik in een notendop mijn eigen visie op leren en coachen kreeg voorgeschoteld. De wijsheid is er meestal al, ik help met het duiden van de inzichten. Ruim een maand na mijn bezoek is Zuster Marie in haar slaap overleden. Ik ben haar dankbaar voor de ontroerende inzichten die ze me nog gaf.

Dagelijkse dieptes

Mijn hoogtepunt van 2015 was een verblijf van bijna 7 weken op een afgelegen plek in Zweden. Vooral de eerste twee weken, toen was ik helemaal alleen. Geen auto, de dichtstbijzijnde winkel op 16 km afstand, maar een fantastisch huis met op 5 minuten lopen een meer en een aardige 82 jarige buurman die me een lift naar de winkel gaf. Ik ontdekte hoezeer ik kan genieten van zo’n mini retraite. Hoe heerlijk het is om elke dag, ook bij regen en kou in een Zweeds meer te zwemmen; hoe je hart stilstaat als je in je eentje oog in oog staat met een eland; hoe makkelijk het is om lekker te eten met minimale ingrediënten; hoe heerlijk het is om die tai chi oefeningen elke dag in de open lucht te doen; hoe hard kraanvogels kunnen roepen ’s nachts; hoe inspirerend het is om jezelf allerlei schrijfoefeningen te geven en zo te ontdekken dat je al schrijvend dieper in je gevoel of inzicht komt. Nu broed ik op een manier om dat retraite gevoel naar mijn dagelijkse routines te brengen. Reflectie hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Dat is er dagelijks, als je maar goed kijkt en voelt. Natuurlijk broed ik ook op een plan om terug te gaan naar die plek in Zweden…

Te zijn wie je echt wilt zijn

Ik wens iedereen een goed, gedurfd en gezond 2016. Ik vind de uitspraak van Dolf Janssen in het boek over Bruce daar een mooie leidraad voor: “Tijdens een mooie uitgesponnen versie van Darkness on the edge of town realiseerde me dat alles wat je wilt – wensen, dromen, verlangens – er eigenlijk al is, en dat je alleen de durf moet hebben jezelf recht in de ogen te kijken, eerlijk te zijn tegen en over jezelf, en dan te leven zoals je echt wilt leven, te zijn wie je echt wilt zijn.” 

Standaard